competitivebenchmark Op de wachtlijst

Kennisbank

Waarom u steeds vaker op prijs verliest

U verliest waarschijnlijk niet op prijs, maar op onduidelijkheid over wat u onderscheidt. Als de klant geen ander verschil kan benoemen dan het bedrag onderaan de offerte, wordt prijs automatisch het enige criterium waarop nog te vergelijken is.

Dat gebeurt niet omdat uw prijs te hoog is. Het gebeurt omdat er, ergens tussen het eerste gesprek en de laatste offerte, geen ander argument meer op tafel ligt dat voor de klant zwaarder weegt dan geld. Waar dat argument precies wegvalt, verschilt per bedrijf en per deal, maar het patroon is bij bedrijven van 50 tot 300 medewerkers vaak hetzelfde: de dimensies die vroeger het verschil maakten, zijn ingehaald door concurrenten, of ze zijn nooit hard gemaakt richting de klant.

Prijsdruk is meestal een symptoom, niet de oorzaak

Een commercieel directeur die klaagt over margedruk, kijkt vaak naar het laatste moment in het traject: de onderhandeling. Maar de beslissing om op prijs te vergelijken valt eerder, op het moment dat de klant geen ander onderscheid meer ziet tussen de aanbieders op zijn shortlist. Een technisch dienstverlener met 120 medewerkers merkte dat offertes die voorheen op levertijd of op specialistische kennis wonnen, ineens allemaal op dezelfde voorwaarden werden vergeleken. Niet omdat de eigen dienst slechter was geworden, maar omdat twee concurrenten dezelfde levertijd waren gaan bieden zonder dat iemand intern dat signaal had opgepikt.

De dimensies die vroeger wonnen, zijn ingehaald

Elke markt heeft een beperkt aantal dimensies waarop deals daadwerkelijk beslist worden: levertijd, service-niveau, specialisme, garantie, flexibiliteit in contractvorm. Zolang een bedrijf op één of twee van die dimensies duidelijk voorloopt, is prijs een secundair criterium. Het probleem ontstaat wanneer die voorsprong stilletjes verdwijnt, terwijl de eigen verkoopargumenten hetzelfde blijven. Een groothandel die zich jarenlang onderscheidde met next-day delivery, verkocht dat verhaal nog steeds toen drie concurrenten diezelfde levertijd al standaard hadden gemaakt. De verkopers merkten het pas toen klanten er niet meer naar vroegen. Om te bepalen of dit uw situatie is, is het nodig te weten waarop u werkelijk wint ten opzichte van de peer group, in plaats van te vertrouwen op het verhaal dat intern nog wordt verteld.

Onzichtbare concurrenten zetten de norm

Prijsdruk komt niet altijd van de concurrenten die op de radar staan. Vaak is het een partij die geen persberichten stuurt, niet op beurzen staat en geen cijfers publiceert, maar die in de praktijk wel de referentie is geworden waarmee klanten vergelijken. Een bureau voor technische inspecties verloor een reeks aanbestedingen aan een regionale spirinter die nergens in de eigen concurrentieanalyse voorkwam. Dat is het moment waarop het nuttig wordt te weten hoe u informatie verzamelt over concurrenten die geen cijfers publiceren, want zonder dat beeld blijft de verklaring voor verloren deals beperkt tot giswerk.

Interne overtuiging versus externe werkelijkheid

Een veelvoorkomend patroon is dat verkoop en directie ergens intern nog overtuigd zijn van een onderscheidend vermogen dat extern niet meer wordt waargenomen. Dat verschil ontstaat geleidelijk: een productverbetering van een concurrent, een verandering in wat inkopers belangrijk vinden, of simpelweg het feit dat niemand het verkoopverhaal recent heeft getoetst aan de huidige markt. Zonder een vergelijking die op bewijs steunt in plaats van op interne aannames, blijft de conclusie "de klant kijkt alleen naar prijs" een gevoel in plaats van een diagnose.

Wat u vandaag kunt doen

Er bestaat een gratis verlies-op-prijs-check van acht vragen die aangeeft op welke dimensie het waarschijnlijk lekt: levertijd, service, specialisme, garantievoorwaarden of iets anders dat in uw markt de doorslag geeft. Die check geeft geen volledig antwoord, maar wel een richting om verder te kijken.

Om die richting te onderbouwen met feiten in plaats van indrukken, is het zinvol te bepalen hoe u uw bedrijf benchmarkt tegen concurrenten op de dimensies die in uw markt daadwerkelijk de deals beslissen, met bewijs achter elke score in plaats van een onderbuikgevoel. Zo'n benchmark laat zien waar het verschil precies is weggevallen en op welke dimensie nog ruimte ligt, wat ook aansluit op de vraag wat een white space analyse daaraan kan toevoegen.

Een gat dichten dat zo'n benchmark blootlegt, is vervolgens uitvoeringswerk: het vraagt aanpassingen in processen, in mensen en in systemen, en dat kost tijd en capaciteit. Wat die uitvoering ongeveer vraagt en welk deel daarvan met AI is te ondervangen, staat uitgewerkt in de werkscan op ftetoai.com.